Geschiedenis

Geschiedenis

De alpaca behoort samen met de lama en de dromedaris tot de kameelachtigen. Hij vindt zijn oorsprong in Zuid-Amerika, Peru, Chili en Bolivia.

 

De alpaca geeft aan de bevolking wol en vlees en is een uitstekend transportmiddel. Een ruwe schatting gaat ervan uit dat er meer dan 3 miljoen alpaca’s leven in de Andes. Het tam maken van deze dieren begon 5000 jaar geleden.

Australië, Nieuw Zeeland, Amerika en Canada zijn landen waar de alpaca reeds veel voorkomt. Al in de 19de eeuw had Queen Victoria een jurk van alpacawol. Echter de alpaca’s breiden zich momenteel als een olievlek uit in Europa.

 

De alpaca wordt als huisdier gehouden in de Hoge Andes. Er zijn 2 typen alpaca’s: de Suri, die heeft een glanzende fijne vacht zonder krul en hangt langs het lichaam naar beneden. De Huacaya het meest voorkomende alpaca-ras is iets groter en heeft een korte vacht. Deze alpaca is beter bestand tegen ons klimaat en komt dus het meeste bij ons voor. Hij geeft de voorkeur aan vochtige grond voor zijn gevoelige pootjes, met mals gras en veel poelen om zich in te wentelen. Ook een stofbad is niet te versmaden.